Historische foto van Stoeterij Haras de Vollezeele

Stoeterij Haras de Vollezeele

De verborgen parel van Vollezele

Van het Hof te Fonteyntjes naar Stoeterij Haras de Vollezeele

Kaart van Vollezele uit 1884 met het Hof te Fonteyntjes en het Hof te Reepingen

Haras is het Franse woord voor stoeterij: een bedrijf waar paarden gefokt, opgeleid en verhandeld worden. De naam Haras de Vollezeele betekent dus letterlijk 'stoeterij van Vollezele'. Frans was destijds de taal van de handel en van de betere kringen, en een Franse naam gaf de site internationale allure bij de vele buitenlandse kopers.

Stoeterij Haras de Vollezeele is verrezen uit de grondvesten van het Hof te Fonteyntjes. Ten tijde van 1884 was het Hof te Fonteyntjes een U-vormige boerderij met een afgezonderde schuur (lichtblauwe pijl op de afbeelding). Stoeterij Haras de Vollezeele ligt tegenover de abdijhoeve Hof te Reepingen (donkerblauwe pijl). Het idee om de hoeve uit te bouwen naar een statige stoeterij kwam na de successen van Brillant. Iedereen, zowel binnenlandse als buitenlandse kopers, wou hier een hengst of ruin kopen. Het oude Hof te Fonteyntjes moest een 'grandeur' krijgen zodat het beter paste bij het commercieel concept dat roem en glorie uitstraalde. De bouw van Stoeterij Haras de Vollezeele startte in 1891 met de langschuur (nr. 1 op de foto hieronder) en eindige rond 1911 met de grote stalvleugel (nr. 6).

De langschuur • 1891

Luchtfoto van de stoeterij met de gebouwen genummerd van 1 tot 7

De langschuur is te herkennen aan haar vijf gekoppelde, parallelle zadeldaken met sterke overkraging. De straatgevel alsook de corresponderende gevel achteraan is opengewerkt met een houten inrijpoort onder een houten latei met erboven een bakstenen korfboog. De vijf puntgevels zijn bovenaan voorzien van een uilengat terwijl de gevelpunten van de drie middelste traveeën aan de erfzijde een decoratieve bakstenen boogfries hebben en één in baksteen uitgewerkte bouwdatum '1891'. Binnenin wordt de dakconstructie gedragen door vier bakstenen pijlers.

Twee trekpaarden voor een geladen oogstwagen, met een jongen op het paard Bron: familiearchief Historische foto van een geladen strokar met trekpaarden op de binnenkoer

De schuur werd gebruikt voor de opslag van stro en het parkeren van de houten karren. Zoveel stro was er destijds nodig om de stallen netjes in te strooien. Als je weet dat er op dat moment op Stoeterij Haras de Vollezeele gemiddeld 100 hengsten of ruinen te koop stonden zonder te spreken van de opgroeiende veulens, dan is het logisch dat er een grote voorraad was aan stro en hooi. In 1891 was de Repingestraat nog een kleine, geplaveide landweg. Trekpaarden reden er met volgeladen houten karren, beladen met hooi- en strobundels, de schuurpoort of de immense koer binnen. Het stro/hooi werd handmatig gestapeld in de schuur.

De aanbouw aan de langschuur • 1900

De aanbouw aan de langschuur, het bevallingskwartier voor drachtige merries

Deze aanbouw diende als bevallingskwartier voor de drachtige merries. Het veulen was goud waard en daarom zorgde de boer voor de meest optimale omgeving om zijn paard te laten veuleren. De vier schouwen in het dak zijn getuige van de aanwezige kachels in de stallingen. Uit betrouwbare bron weten we dat vroeger een 'gast' die in de oude vlaamse benaming een stalknecht was, in dezelfde ruimte van de merrie sliep om haar eventueel bij te staan bij het veuleren. In die tijd waren de veulens gegeerd en vooral hengsteveulens waren voor de site veel geld waard. Haras de Vollezeele had een uitstekende reputatie door de populaire hengst Brillant waardoor kopers van Amerika tot Rusland naar Vollezele reisden voor de aankoop van een trekpaard. Ook de boeren wouden de beste hengst voor hun merries en ook zij kwamen naar Vollezele afgezakt. Door de grote verkoop van hengsten en ruinen moesten vele hengstenveulens aangekocht worden. Het hele Pajottenland en de Denderstreek bevoorrade Vollezele met hengstenveulens. Deze veulens, tussen 3 en 6 maanden oud, werden in groepen volgens leeftijd opgesplitst zodat ze samen onder het toeziend oog van een oudere merrie konden spelen en opgroeien in de vruchtbare weides in en rond Vollezele.

U. De Vos te paard op het Hof te Wolsem Bron: familiearchief

Er was onderlinge concurrentie tussen de stoeterijen in de zoektocht naar hengstenveulens.... Handelaars werden ingezet om zoveel mogelijk goeie hengsten op te kopen. Rond het jaar 1900 had de industrieel Van Landuyt uit Overboelare het idee om een contract tussen de boer en de hengstenhouder op te stellen. Al snel werd dit overgenomen in elke stoeterij. In deze overeenkomst werd tussen de landbouwer (=merriehouder) en de henstenhouder bedongen dat alle hengstenveulens, die geboren werden uit de gedekte merries, tegen de bedongen prijs verkocht werden aan de eigenaar van de dekhengst, hier was dat Stoeterij Haras de Vollezeele. Een goeie zaak voor Stoeterij Haras de Vollezeele als men weet dat dekhengsten in 1896 een minimum koopwaarde hadden van 10.000 frank. De merriehouder (meestal een landbouwer) had het voordeel dat hij een koper had voor zijn hengstenveulen en dit tegen een vaste prijs, want met een hengst kon deze niet veel aanvangen. Deze contracten bezorgden de hengstenhouders een groot voordeel want hierdoor waren ze zeker dat het hengsteveulen van hen was.

Het wagenhuys en de prachtige paardenstallen • 1900

Twee historische foto's van het wagenhuys met de veulenstalletjes

Het wagenhuys werd opgetrokken met de gebintes van de schuur die weliswaar afzonderlijk op het Hof te Fonteyntjes stond. Vier knusse veulenstalletjes leunen aan tegen het statige wagenhuys. Net achter het wagenhuys liggen de majestueuse paardenstallen met middengang. Deze prachtige stallen stralen kracht uit en dwingen respect af van elke bezoeker. In het boek 'Mijn Gedacht' van Marijn Devalck, afkomstig uit Vollezele, lezen we dat op elke imposante stalpoort de naam stond van de hengst (trekpaard) die er gestald was.

De centraal gelegen woning: een château • 1906

Oude postkaart 'Vollezeele Kasteel' met de langschuur en het château
Twee heren met sigaar en champagne in de verkoopruimte van de stoeterij
Het beklinken van een verkoop van een Belgisch trekpaard.AI-impressie — Talsoft BV

Deze statige woning werd in 1906 opgetrokken. De naam van de site 'Haras de Vollezeele' staat in de voorgevel gebeiteld. Het kasteel werd ingezet voor de bewoning voor de eigenaar maar ook als hotel en restaurant voor de vele kopers. Deze kopers werden verwend met fijn eten, uitgelezen drank en exquise sigaren. Het is niet voor niets dat er verteld wordt dat hier: de champagne van den dorpel liep.... Rond 1906 werden de kopers ontvangen in de prachtige kantoren, later in de speciaal ontworpen verkoopsruimte. Zeker is dat op de Stoeterij Haras de Vollezeele de kopers niets te kort hadden.... alles werd er tot in de puntjes geregeld en de koper trok steeds tevreden naar huis.

De grote stalvleugel met zijn aanbouw, de knechtenwoning en het atelier • 1911

Twee trekpaarden getoond op de binnenkoer, met het château op de achtergrond De broodoven en het snijden van brood op de wedstrijd 'Beste Breugelbakker' van 2019

In de grote stalvleugel zijn vier grote boxen met telkens een drinkbak en voederbakken. Via een kleine muuropening vanaf de koer werd de drinkbak aangevuld.... Destijds was het de zware dagtaak van een dienstmeid om de trekpaarden water te geven. Ze liep de ganse dag op een neer, water ophalen uit de bron om daarna het water uit te gieten in de waterbakken van de trekpaarden. De knechten vulden de voederbakken en hooiruiven twee keer per dag op met hooi en ander voeder vanuit de met bloemenmotief betegelde middengang. In de knechtenwoning woonde de eerste stalknecht, deze zorgde ervoor dat alle werk op de stoeterij vlotjes verliep. Op Stoeterij Haras de Vollezeele is een broodoven voor wel 100 broden! Waarom werden er zoveel broden gebakken? Rond 1900 kreeg iedereen die op de boerderij werkte en woonde, eten en drinken maar ook de vele kopers aten bij hun maaltijd ambachtelijk gebakken brood.

De boomgaard • 1860

A. Vanderroost en I. Plaisant in de boomgaard Bron: familiearchief

De boomgaard van Stoeterij Haras de Vollezeele dateert van voor 1860 en bevindt zich net naast de ommuurde moestuin. Deze boomgaard werd opnieuw uitgebreid met (oude) lokale rassen. Wist je dat het Pajottenland een land- en tuinbouwstreek is met een eeuwenoude fruittraditie? Hierbij was de boomgaard op de eerste plaats voor eigen gebruik bedoeld. Wat teveel was, werd op lokale markten verkocht. De teelt was gericht op fruit met praktische eigenschappen zoals bewaarbaarheid, weerstand tegen ziekten maar ook voor andere toepassingen zoals stooffruit en vruchten waaruit cider of stroop kon worden gemaakt. Elke boomgaard was verschillend omdat het de weerspiegeling was van de persoonlijke smaak van de eigenaar. Hierdoor kwam het dan ook dat er in het Pajottenland een grote variatie aan fruitsoorten en -rassen aanwezig was. In de boomgaarden waren kersen en krieken zeer populair. Vooral de Schaarbeekse krieken waren in de 18de eeuw hoog gewaardeerd en werden druk op de lokale markten verhandeld. Deze kriekenbomen werden meestal in hagen aangeplant onder de Brabantse naam ‘Kriekerij’ . Deze kriekjes werden verwerkt in het plaatselijke kriekenbier.

Op de foto hiernaast ziet u mijn (over)grootouders, Irma Plaisant en Adolf Vanderroost, als jonge verliefden gezellig genietend van de schaduw van de boomgaard bij haar ouderlijke hoeve (in de volksmond 't Hof van Plaisant genoemd) te Kokejane.

De siertuin • 1912

Een majestueuze beuk in de siertuin bij zonsondergang Bomen in de siertuin bij zonsondergang

Historische studies vertellen dat elke herenboerderij een siertuin had. Op Stoeterij Haras de Vollezeele vind je één achteraan op het erf. De majestueuse rode beuk en een es zorgen voor een groene oase van rust en schoonheid. Vanuit deze siertuin is er een prachtig zicht op de kerk van Vollezele en op de omgeving.